Dit zijn wij

Ons avontuur

Shop

 

De paar dagen in Manilla is een tussenstop voor onze tijdelijke eindbestemming. We gaan voor twee maanden naar Bali, Indonesië! Het mooie aanbod voor ons komt doordat de toeristen in vooral het Noorden en Oosten dit seizoen niet op komen dagen. Wat een verdrietig feit is voor de inwoners van Bali. Veel mensen hebben een inkomen vanwege het toerisme.



Midden in de nacht komen we aan. Direct stort de Balinese manier van omgaan met toeristen op ons. We worden massaal aangesproken om een taxi te nemen, waarbij "Tidak, terima kasih (nee, bedankt)" niet voldoende is om de mensen duidelijk te maken dat we al een taxi hebben aangenomen en we nu er naar toe lopen. Overweldigd door deze manier van omgaan, de tropische warmte en vermoeidheid vallen we een uurtje later in slaap in een hotel. Waar we de volgende middag worden opgehaald door de vrolijke, vriendelijke taxichauffeur Wayan.



Hij vertelt ons van alles over het Balinees Hindoeïsme, de cultuur en de natuur. Ook vertelt hij ons dat iedere eerste zoon of dochter als eerste naam Wayan (afgeleid van het woord voor "de meest volwassene") wordt genoemd. Het tweede kind Made (afgeleid van het woord "in het midden"), het derde kind Komang (afgeleid van het woord "de rest") en het vierde kind Ketut (wat is afgeleid van het oude woord voor de kleinste banaan van de tros). Bij de vijfde begint het rijtje weer van voor af aan. Hij brengt ons naar het oosten, naar het dorp Jasri. Daar ontvangen we een warm welkom van opa en zijn vrouw. Wij zijn een paar dagen met ze samen, daarna mogen wij de bewoners van hun huis zijn! Hierbij zijn enkele voorwaarden gesteld, waarvan er een is dat het personeel kan blijven werken.



Het is iedere dag een feest om Utari en Kadek te ontmoeten. Zij verzorgen het huishouden en de tuin. Zij laten, ieder op eigen wijze (bewust èn onbewust) ons het leven op Bali zien, inclusief het leven met het Hindoeistische geloof en de leefgemeenschap in een Balinees dorp. Een aantal Nederlanders hebben een tweede huis in Jasri, dat zijn een van de weinige toeristen die hier in het dorp zijn.





We genieten van de rust dat een huis biedt. We nemen deze rust ook, zoveel als het ons lukt. We ontdekken onze omgeving te voet. Een paar keer gaan we met de auto. Doordat we ons visum willen verlengen, worden we geacht driemaal op het imigratiekantoor te komen. We kiezen ervoor om naar het kantoor in Singaraja te gaan, dit is in het Noorden, in plaats van naar de hoofdstad Denpasar. Driemaal rijdt de chauffeur, Wayan, een andere weg naar Singaraja. Hierdoor krijgen we de kans om meer van het eiland te zien. Met de vele kennis die hij heeft over het eiland, haar natuur, haar bevolking, de cultuur en het geloof, krijgen we een ruimer beeld van Bali. Onderweg zien we de vele mensen rijdend op scooters, vele tempels, met vele mensen gekleed in ceremoniekleding, de dagelijkse offers bij de (huis-)tempels, voor de winkels op de stoep, op het strand. We komen een begrafenisstoet tegen, we zien de vulkaan, Gunung Agung, op diverse manieren en vanuit diverse hoeken, met diverse weersomstandigheden. We zien ook hoe de natuur en de bevolking leeft rondom de vulkaan. Horen over de manier en omstandigheden hoe mensen diverse malen moesten vluchten voor de uitbarstingen van de vulkanen. Best spannend, ook voor ons; we houden, net als in Japan, in ons achterhoofd rekening met een aardbeving of uitbarsting. We voelen er uiteindelijk één heel duidelijk. We zien verschillende kratermeren, met visserij en tempels. Onze zintuigen worden geprikkeld door de variërende flora en fauna. Gebieden met diverse gewassen: palmbomen, kruidnagels, thee, koffie, bananen, avocado's, cacoa, snakefruit, mango's, pepers, drakenfruit, vanille en mangistan. In de Japanse Alpen hebben we rijstvelden gezien, echter dit was nog in wintertijd. Hier op Bali zien we de rijstvelden in alle verschillende stadia.



We verblijven een paar dagen bij een Bed en Breakfast, aan de voet van Mount Batur, dicht aan het kratermeer Lake Batur. Het regent er dagelijks wat de natuur heel anders maakt dan aan de kust. In de ochtend kunnen we ontbijten in de warong (afdak/klein winkel/eethuisje/kraam). Het ontbijt is lokaal: noodles/rijst en pittig. Leuk om te ervaren dat we deze smaken alle vier steeds meer gaan waarderen en dus leren eten!



De Balinezen houden verschillende kalenders aan. Aan het begin van ieder Balinees jaar (Balinese maankalender, 210 dagen is 1 jaar), vindt de vierdaagse viering van Hari Raya Nyepi (de Dag van de Stilte) plaats. Wij maken deze nieuwjaarsviering mee! Nyepi Day is een dag voor volledige stilte: geen mensen of verkeer op straat, geen licht, geen geluid, geen winkel of restaurant open. Zelfs de haven, het vliegveld en het luchtruim zijn die dag gesloten. Alleen de zee, vogels, kikkers, krekels, cicaks en tokehs laten van zich horen! Zo kan de mens en natuur tot rust komen. In een groot gedeelte van Bali start de Stilte Dag met Ogoh Ogoh, het festijn om de kwade geesten te verjagen. In Jasri verjaagt men de kwade geesten op geheel eigen wijze. De verschillende wijken van het dorp (teams) bekogelen elkaar, op georganiseerde wijze, met brandende fakkels. Van een afstand bewonderen we het en zijn zeer onder de indruk!





Op de markt wordt er afgedingd. Dat kun je ook niet doen, dan weet de hele markt dat. Want je gekochte spullen worden dan in een zwarte tas gestopt! Via deze kleurencodes weet de volgende verkoper waar zij op in kan zetten. Omdat we geen plastic aan willen nemen, hebben we een (door oma) gehaakte tasje mee. Er is een wegwerp-plastic verbod op heel Bali, die door grote winkelketens wordt opgevolgd. Echter een alternatief voor de kleine warongs is er niet. Het lijkt erop dat ook het onderwijs en ouders er tot nu toe niet in slaagt het aan de jeugd bij te brengen. We zien wijken waar de mensen leven tussen het vuil. Er is geen vuilnisbak en -ophaalsysteem.



We bezoeken onder andere Pasir Putih, een wit zandstrand. De andere stranden in de buurt van het huis zijn van zwart lavazand. Via een bergweg hebben we een mooi uitzicht over de zee, de kust met kliffen en de groene begroeiing, een stuk wit strand, akkerbouw (pinda's en cassave) en vooral oerwoud. Samen met opa worden de meiden, door de golven, op het strand geworpen. Er worden fijne herinneringen gemaakt!



Het gemis van hun opa, die na een paar dagen weer naar Nederland is gegaan, wordt snel opgevuld door de Nederlandse opa's en oma's die de meiden in de buurt ontmoeten. Al snel hebben ze hun ronde gevonden en staan ze bekend als de Fanta-girls en heeft hond Bobbie een gezellige uitlaat-ronde erbij. Mooi om te zien hoe de meiden genieten en dat ze kunnen schakelen en gesprekken hebben in verschillende talen met de vele mensen die ze ontmoeten.



Door hond Bobbie gaan we op bezoek bij een schoolproject voor mensen met een beperking. In het stadje Canidassa zijn een Nederlands stel 10 jaar geleden gestart om kinderen en hun ouders te helpen, door ze kennis, dagbesteding en onderwijs aan te bieden. Ze kunnen nog heel veel 10tjes-leden gebruiken, zodat ze structureel hulp kunnen blijven bieden...



De laatste dag verblijven we in Kuta, in het Zuiden, om niet te vroeg op te hoeven staan om het vliegtuig te halen. We waarderen de rust in Jasri nog meer, we missen het nu al (in Kuta is het erg toeristisch). We eten in een Chinees restaurant, met Chinees Indionesisch personeel en verder alleen Chinese gasten, zodat we ons toch een beetje in China wanen...



Twee maanden op Bali sjeezen voorbij!!! We danken de mensen die wonen op Bali, (inclusief de tijdelijke) voor hun fijne ontmoetingen!! Ook Bali met mooie natuur en haar bijzondere inwoners wensen wij een duurzame toekomst toe!!







En dan Roadkapje... Tijdens ons verblijf in de tropische warmte van 30 graden in Bali vernemen we dat het Roadkapje goed vergaat in haar warme garage met buitentemperaturen van -20 in Kiev. Tot gauw!











Meer verhalen van de Roadtrip van RoadKapje zijn te vinden op de pagina 'ons avontuur'.






 

contact

facebook

design